Verwarde personen


Verwarde personen

Voorgelezen op 13-3-2019 bij het radioprogramma 'Gaan'

 

Je ligt in je bed, het is drie uur s ’nachts. De wereld slaapt, maar jij niet. Een boom waait in de wind en maakt schimmen op de muur. In de verte hoor je een auto, waar gaat die naartoe om deze tijd? Je hoofd loopt over, je denkt aan alles wat je moet morgen. Er moet iets op de computer, die doet het niet goed en je snapt ook niet precies hoe het moet. Maar het is wel van belang, zeiden ze. Je denkt aan de buurvrouw die zo boos naar je keek, haar hondje deed dat ook. Je bent bang. Maar zo eenzaam als je bent, alleen ben je niet, er zijn altijd stemmen in je hoofd.

Vaak zijn ze vriendelijk, soms kun je er om lachen. Altijd is het lastig, want de anderen horen ze niet. Jij alleen. Daarom kun je moeilijk gesprekken voeren, en als je dat niet goed doet weten ze niet wie je bent en wat je wil. Dat brengt conflict, lastigheid. Je zoekt naar het zakje met je medicatie, je wil rust. Zit het in de zak van je legerjas? In de plastic tas. Je weet het niet meer, maar je hebt het nodig. De stemmen in je hoofd beschimpen je, ze zijn opdringend. Je handen trillen en je hebt het koud. De halve maaltijd van gisteravond staat nog op tafel, dat mag niet. Dat had je moeten opruimen. Dat is belangrijk, je mag niet vervuilen, zelfzorg, zelfzorg….

De stemmen zijn druk in de stilte van de nacht, ze schelden je uit, honend bespottend. Ze dragen je op dingen te doen die je niet wil. Je doet het niet, maar het is moeilijk geen gehoor te geven aan wat ze willen. Het kost je alle energie die je hebt. 

‘Flikker op’ schreeuw je. Je houdt je hoofd vast, maar dat helpt niet. ‘Laat me met rust!’ Je vindt je oxazepam in een verkreukeld zakje op de grond, gelukkig. Je zoekt je beker, waar is je beker? Dan maar het restje cola uit het blikje naast het bed.

‘Ze geven je gif, ze willen je dood!’ hoor je.’ Gooi het weg, spoel het door.’

‘Hou op, ik heb het nodig!’ je ziet schimmen in je kamer en je voelt je niet veilig. Je huilt en weet niet wat te doen. De paniek komt op.

Om vier uur in de morgen word je door de politie aangesproken. Je liep in je nachtkleding op straat, op blote voeten. Je schreeuwt naar de agenten dat je naar huis moet, je kat is alleen als jij er niet bent. Ze begrijpen je niet, je schreeuwt meer, harder. Ze pakken je vast, dat moeten ze niet doen. Je slaat van je af. Je wordt in de boeien geslagen, afgevoerd. De nacht breng je door in een politiecel, hopelijk is er morgen hulp. Als er ergens een bed vrij is, een plekje voor jou.

75.000 keer per jaar krijgt de politie een melding over een ‘Verward persoon’, door de bezuinigingen in de zorg is dat aantal verdubbeld. Dat is verdrietig. Wij vergeten de vrouw die niet meer wist wie ze was en in de nacht op blote voeten in een sloot liep, de man die schreeuwde naar bezoekers van een winkelcentrum. De jongen die vertraging veroorzaakte omdat hij langs het spoor liep. Er was een berichtje over op de radio, of in de krant, daarna verdwijnen ze in het niets.

Maar elk van hen is iemand met een geschiedenis, een persoon met hoop, dromen, familie. Een mens als jij en ik. Zij zijn je vader, de groenteboer, je juf van de lagere school. Dichterbij dan je denkt. 

Ik hoop dat er in de toekomst voor elke verward persoon de juiste opvang en behandeling voorhanden zal zijn.  Dat wij het met zijn allen belangrijk genoeg vinden om er in te investeren. Dat dat enorme getal kleiner wordt, het aantal slachtoffers en suïcides minder. Want dat verwarde persoon, is geen vaag berichtje op het beeldscherm van je telefoon.

 

Jij kan het zijn, later.

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.