Hoe versla je een draak.


De kakkerlak, 'Gaan!' npo1, BNNVARA, 13-6-2019 

Wat is het mooi weer, daar word je toch gewoon blij van. Ik tenminste wel. Behalve van een ding, enge beestjes. Ik weet het, een spin kan er helemaal niets aan doen dat hij er zo uitziet. Hij heeft zichzelf niet gemaakt, dus ik vergeef hem zijn uiterlijk. Maar ik vergeef met een reactietijd van drie seconden. Ik zie hem, mijn amygdala gaat aan, ik voel doodsangst, mijn haren gaan rechtovereind staan en mijn hartslag versnelt. Dan neemt een recenter deel van mijn hersenen het over. ‘Jacqueline, dat is gewoon een spin. Je bent geen vlieg, dus waar maak je je druk over? In Nederland wonen geen gevaarlijke, chill girl.’ Dan haal ik diep adem en zorg dat ik maatregelen neem.

Mijn maatregelen zijn diervriendelijk. Ik maak niets dood, ik zet buiten. Dat is dan tenzij, want muggen moeten het ontgelden. Dan zeg ik daarna wel ‘sorry mug’ Maar desondanks recidiveer ik bij elke nachtzinger opnieuw. Ik zoek dus een emmer en iets van een hockeystick zodat ik hem er pijnloos, met behoud van pootjes in kan tikken. Daarna mag hij verder leven in de rododendron.

In andere landen zijn engere beestjes, heb ik ontdekt. Ik ben dol op reizen, liefst zo ver en onbekend mogelijk, maar je ontmoet dan wel van alles. Zo had ik ik Indonesië een een op een met een kakkerlak ten grootte van een flink skateboard. Uiteraard was het warm daar en ik had een koude douche genomen. Ik was alleen op reis en liep vrolijk zingend in mijn blootje door de enorme kamer met wit marmeren vloer toen ik hem zag. Ik wilde hem uiteraard niet meppen met een slipper. Ik houd dus niet van moord en bovendien bevond ik mij in zijn land, enige beleefdheid was dus wel gepast. Toch wilde ik niet het risico lopen hem in de nacht plotseling in mijn oor te voelen, of erger. Hij moest dus weg.

Ik had toen dus niemand om als een prinsesje in nood tegen te huilen. Ik moest zelf te wapen. Ik keek om me heen en zocht een list. Een sok was te klein, dan zou ik hem voelen bewegen in mijn hand en dat was een brug te ver. Ik wist ook niet of die beesten beten. Mijn oog viel op mijn smetteloos witte hotellaken. Tweepersoons, perfect. Ik greep het katoen, gooide het over de argeloze lak, dook er op en maakte er een prop van. Hij bevond zich ergens in het midden.

Daar stond ik dan, poedelnaakt met een laken met inhoud, en nu dan? Iets aantrekken was geen optie, dan moest ik mijn gedetineerde op zijn minst half loslaten en dan zou hij gaan rennen. Of springen, vliegen die beesten eigenlijk? Op het raam zat een slot, in de wc gooien toch maar even overwogen. Maar A. Zielig en B. Stel dat hij op een verkeerd moment terug komt, met wraakgevoelens. Ik besloot hem met laken en al op de gang te gooien. Dan liet ik dat laken een poosje liggen zodat hij charmant de tijd had om te ontsnappen.

Met mijn elleboog deed ik stuntelig de deur open, met mijn blote voet gaf ik hem een zetje en met een oerkreet smeet ik lak de hal in. Waar toevallig een Maleisische familie op de grond de lunch zat te gebruiken op dat moment. De moeders en oma’s in lang gewaad en met hoofddoek. Ik lachte stom en stamelde, ‘Sorry, cockroach!’ en ik ging van binnen een heel klein beetje dood toen de deur weer dicht was. Lak leefde waarschijnlijk nog lang en gelukkig.

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.