Eenzaam


eenzaamheid 'Gaan!'7-8-2019 BNNVARA npoo1

Zij zat op de rand van haar bed, de handen in haar schoot. In het begin was het druk geweest na de dood van Joost. “Als je iets nodig bent bel je maar hoor.’ hadden ze gezegd. Ze had niet zoveel nodig, dus ze had nooit gebeld. Ze keek naar de foto van haar lief op het nachtkastje, lachend in de Spaanse zon. Wat had hij mooie tanden gehad, nog allemaal echt. De kat schuurde zich langs haar magere benen, achttien jaar oud al. Hoe lang zou ze nog hebben?

 Ze had haar boodschappen gedaan vandaag, nooit bij de zelfscan. Want ze wilde tenminste een keer per dag haar eigen stem horen spreken tegen een ander persoon. ‘Ja, dank u hoor. Nee zegeltjes spaar ik niet. Fijne dag mevrouw’ Over een paar jaar zou die enkele kassa met een echt mens vast wel sluiten. Het was ook zo merkwaardig dat er geen postkantoren meer bestonden, vond ze. Bij het gemeentehuis werd ze door de bode met haar vragen naar het internet verwezen. Ze verdwaalde op het internet, er gebeurde dingen waar ze geen controle over had. Ze had Nico gevraagd haar wat wijzer te maken, maar Nico had niet zoveel tijd. Hij en Annelies hadden alle twee een baan, en de kinderen studeerde, knap hoor. Ze begreep het wel. Dus probeerde ze af en toe zelf iets op haar computer, soms lukte het ook nog. Ze woonden ook helemaal in Nijmegen…twee uur met de auto. Misschien kwamen ze met de kerst, heel misschien. Dan zou ze van die broodjes maken met warme kersen en pudding, die vond Nico altijd zo lekker toen hij klein was.

 Ze droomde er vaak van vastgehouden te worden, de troost te voelen van een paar stevige armen. Een stem in haar oor die zou zeggen, ‘Lientje, alles komt goed. Maak je maar geen zorgen.’ Ze verlangde naar een kopje thee dat ze zelf niet gezet had en waar ze ook niet voor hoefde te betalen. Thee met liefde. Tegen de kilheid zette ze de verwarming wat hoger. Ze trok haar vest om haar benige schouders en zette de televisie aan. Als de televisie aanstond was er leven in de kamer. Ze zag een wereld waarin alles mogelijk was, de hardheid sloeg ze over. Ze zocht naar licht en zachtheid. Ze ging achterover liggen en luisterde naar de stemmen van twee mensen die een taart aan het bakken waren. Wanneer had ze voor het laatst een taart gebakken, voor wie? Ze bleef liggen tot de kamer donker was, op het licht van de televisie na. Daarna kroop ze in bed, ze had geen zin om zich uit te kleden.

 Ze merkte dat het ochtend werd door haar droge mond en stijve rug. De televisie liet een vrolijke kinderserie zien. Een nieuwe dag. Nog twee uur dan ging de supermarkt open.

 Er zijn zo veel mensen eenzaam, misschien meer dan je denkt. Soms echt alleen op de wereld. Soms eenzaam omdat er geen aansluiting is, niet echt. Ze praten en lachen, zijn goed gekleed, fietsen voorbij, zwaaien. Ze zijn op een feestje of alleen op een sombere zolderkamer. Altijd is er dat stille verdriet, dat is de overeenkomst, altijd alleen. Ben jij het ook? Vandaag denk ik aan je, ik praat tegen je, jij luistert naar mij nu. Ik kan je niet helpen, kon ik dat maar. Meer dan drie minuten tegen je praten kan ik niet doen. Maar in gedachten zet ik thee voor je, je hoeft er niets voor te betalen.

 

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.