Accepteren?


29-5-2019  ‘Gaan’ npo1 BNNVARA


Onlangs werden er in Taiwan als eerste Aziatische land het homohuwelijk gesloten. Stralende stelletjes vierden de liefde, zag ik op het journaal. Gelukkig wordt homoseksualiteit steeds meer geaccepteerd, zei iemand naast me. Ik keek haar aan, ‘Ik accepteer dat helemaal niet!’ zei ik. Ze keek me verbaasd aan. ‘Niet? Hoezo dat dan?’

Accepteren, legde ik uit doe je namelijk als er een verschil in waarde is, macht, leeftijd, grootte, het bij het juiste eind hebben. Een Duitse herder accepteert het jonge katje dat met zijn staart speelt, ik accepteer mijn kleinzoon die met een pot gel en een pot poedersuiker kappertje speelt met mijn hoofd. De professor accepteert stomme vragen van de student en de influencer jaloerse trollen. Dat is accepteren!

Welk recht heb ik om iets te vinden van de seksuele geaardheid van een ander mens? De enige die naar mijn mening daar echt mee mag zitten is de heteroseksuele partner van iemand die alsnog uit de kast komt. Dan mag je er met recht van balen als een stekker. Maar voor de rest… Niemand hoeft verantwoording aan mij af te leggen over van wie hij houdt, of met wie hij het bed zou willen delen. Dat doe ik zelf namelijk ook niet, dat is mijn zaak. Net zo min als ik mensen moet accepteren die van bruin bier houden, krullen hebben of vliegvissen leuk vinden. Nou en?

Wat ik wel doe, is begrijpen dat de wereld nog niet zo ver is. Net geen Neanderthalers zijn we meer, maar veel scheelt het ook niet. Daarom vier ik met ze mee en ben ik ontroerd als twee Taiwanezen in een pak met een opgespelde roos elkaar kussen. Ik vier dat de beschaving een  klein stukje gegroeid is, ook al is ze nog zo ver van perfect, we hebben een stapje gemaakt.

Mijn oma was het. We dachten het altijd al, ze had een voorliefde voor de benen van het majorettekorps. Maar toen ze dement werd kwam ze tot grote schrik van opa en tot vermaak van ons de kleinkinderen, spontaan uit de kast. Ze heeft nooit zichzelf durven zijn, dat is behoorlijk triest. Dat was maar twee generaties terug in Nederland.

Daarom juich ik binnenkort de gay pride weer toe. Niet omdat je trots op je geaardheid moet zijn. Wat valt er trots te zijn op wat je niet zelf geregeld hebt, maar omdat er nog zo veel terrein te winnen valt tot alles normaal is. Ik vind dat ik daar cheerleader van moet zijn. Als ik klap voor een boot vol mannen met pruiken en glitter, klap ik ook voor die asielzoeker die zich op zijn kamer opsluit en de dood overweegt. En ook voor de jongen die niet uit de kast durft te komen omdat zijn ouders denken dat er in de bijbel staat dat je niet op die manier mag liefhebben.

Ik klap om te laten zien dat wie ik mijn bijzijn iemand lastig valt om die reden eerst langs mij moet.

 Want weet je wat ik niet accepteer? Geweld, grofheid en harde kwetsende woorden.

Ik hoop dus dat alle landen van de wereld volgen, al weet ik dat dat tijd kost. Maar ooit, ooit ruilen we ons berenvel voor een spijkerbroek en kijken we weemoedig terug op de tijd dat wij met een houten knuppel koning van de wereld speelden.

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.