kindje



Toen alles nog licht was en koffertjes blauw,
toen was er een kindje dat danste als jou.
Zij proefde de morgen en kuste de zee
Ze nam als ze lachte de vuurvliegjes mee.

Toen alles van zon was en kersen nog rood,
toen was er geen dag met de geur van de dood.
Ze keek naar de vissen en droomde van mij,
gemaakt van de wolken van honing en blij.

Toen alles de wind was en lakens nog wit,
toen was er geen roomsoesje mooier dan dit.
Ik pakte haar in, in een katje van goud,
zij bleef altijd zingen, de wereld werd oud.


Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.