gebroken


Jij was zo mooi gebroken.

Je zat daar op dat hek,

je vleugels aan je voeten.


Ik had nog nooit gezien

dat jij zo helder was,

beweeglijk, stil verzonken.


Nu jij er niet meer was,

werd je opeens gevonden.

Een schamper blauw bestaan.


Jij was zo mooi gebroken.

Ik draaide om mijn as,

mijn blik op verre vlakten.


Mijn armen om mij heen

om niet te hoeven vallen.

Een zucht, maar geen geluid.


Ik neem je met me mee.

Een kan van vloeibaar glas.

Te veel, maar net genoeg.


Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.