Kritiek geven.


25 Jul

Als je het niet eens bent met wat een ander doet kun je je enorm irriteren. Als je wil dat dat anders gaat dan moet je er iets mee. Bijvoorbeeld op je werk, Fred stapelt de dozen altijd op voor de deur van het magazijn, als je daar in wil is dat lastig en na sluitingstijd moet de deur vrij zijn. Fred gaat altijd eerder naar huis. Jij hebt nu al zeven keer al die dozen op een andere plek moeten zeggen, dat stoort je. Elke keer dat je er niets van gezegd hebt stapelt de frustratie zich op in je hoofd. Dat begon met, :’Kan hij dat nou niet ergens anders neerzetten? ’bij de eerste keer, tot ‘Nu doet die eikel het alweer, kan hij niets normaal doen?’ bij keer zeven. Grote kans dat je het bij keer vier al een keer met je collega Annemiek besproken hebt. ’kan die Fred nu niet een beetje zelf nadenken, dat is toch hartstikke onhandig op die manier. Wij hebben er last van.’ Annemiek zal dat beamen en er nog iets bovenop gooien. ’Hij had mijn nietmachine ook geleend en niet terug gegeven.

 Als je het er nu met Fred over gaat hebben, dan heb je kans dat die hele emmer ellende over zijn hoofd wordt uitgegoten. Veel te veel irritatie spuit er uit jou, te veel voor Fred om te kunnen hanteren. ‘Nee, zelf werk je lekker. Jij zorgt nooit voor nieuw plakband en je bent de hele tijd ziek.’ is zijn antwoord. Je relatie met Fred is er niet beter op geworden en of het probleem opgelost is is nog maar de vraag. Oorlog op de werkvloer.

Feedback geven is nodig. Nooit iets zeggen als  je je irriteert maakt dat dingen smeulen. Doe het snel, misschien niet bij de eerste keer dat Fred die dozen er neerzet, misschien heeft hij zijn dag niet, misschien heeft hij er een reden voor die jij niet weet. Je wil ook geen vervelende collega zijn die overal direct op zit te vitten. Maar bij keer twee wordt het tijd, jij gaat Fred erop aanspreken. Neem hem apart, het is niet fijn voor Fred als iedereen kan meegenieten. Hou het bij jezelf, jij hebt er last van. ‘Fred, als jij die dozen daar opstapelt kan er niemand meer door die deur. Dan moet ik ze later weer weghalen, dat vind ik vervelend.’ is beter dan,’ Jij doet dat verkeerd, die moeten ergens anders.’ Je moet Fred niet afkeuren of diskwalificeren, Fred is niet slecht, het ding wat hij doet moet alleen anders. Het moet een ‘ik’ boodschap zijn.

Hou het bij wat je het meest irriteert, ga er geen nietmachines en te vroeg naar huis gaan bij halen om je woorden kracht bij te zetten. Het gaat nu over dat ene ding, die dozen. Op die manier voelt hij zichzelf niet aangevallen, het is gewoon iets wat hij anders kan doen. Laat hem reageren, geef hem ruimte om iets terug te zeggen. ‘Goed dat je dat zegt, ik had daar niet op gelet.’ kan hij zeggen, of ‘Maar dat is precies naast mijn tafel, waar moet het dan?’ Help hem met de oplossing, wijs hem vriendelijk waar het wel kan. Jij bent blij, hij doet het anders, Fred is blij, jij hebt hem geholpen in plaats van aangevallen. Nu kun je morgen gewoon samen een saucijzenbroodje eten in de pauze.

Weet,:’Spreek uit wat je irriteert, maar doe dat netjes.’

Comments
* De e-mail zal niet worden gepubliceerd op de website.